Stinkhond
Uit de prullenbak komt ze tevoorschijn,
ze hijgt en kwijlt tussen vuilnis door,
komt op mij af met paardenvliegen,
het lijkt of ze lacht, ze stinkt!
En ik ren en ik ren en ik ren door de nacht
en ik ben groter dan een verbruikt maandverbandje
en de mensen duiken steeds voor mij weg
en daar is een zakje en heel oud heel schimmelig
en ik stink!
en de peuken blijven plakken in mijn klittenhaar
en daar is de stront en boem! en ik ren en ik ren
en mijn tong laat ik slingeren over de stront
en ik proef de hond en lekker! en 40.000 kilo stront!
en ik ruik een verrotte appel en een aangeschoten hert
en een ontplofte zeehond
en de mensen zijn fris en ik vooral Vies
en ze walgen in het gras en ik blaf als een clowntje
en zijn mijn honderdduizend ogen en kijken argwanend neer
op het draaien van de grote grauwe wereld
en ruiken mij, stinkend in het park,
een kleine vieze hond in de nacht.
Door Kamerplant
Naar huis