Stad en Land
Ik kan de stickertjes achterop boeken
lezen. Niet alleen de prijs maar ook
-net als de kassa- hoeveel geleverd
hoelang een boek al in de winkel wacht
Ik weet hoeveel boekhandels op hoeveel hoofden
en zo kan ik zeggen van de bundel in mijn hand
drie op vijfenveertigduizend; één op vijftienduizend,
Alexis, van jouw ‘Stad en Land’
Een advocaat of rechter later naast me aan een tafeltje
legt op luide toon de wereld uit aan twee meisjes
met brilletjes, als ze weggaan zijn ze even klein
hij steekt er tussen bovenuit
De wereld is eenvoudig voor een goedbetaalde jurist
zoveel is zeker.
Ik zie een foto van Bootsy Collins aan de muur,
in een pak van rood en wit leer; het rood glimt,
het wit mat, afgebiesd met zilveren sterren,
puntige laarsjes met inkepingen als maantjes
zonnebril in de vorm van de zon, hij kijkt verrast
naar het wonder van de fotografie
Maar ik kijk naar het witte krukje waarop hij
zoveel jaren terug schitterde
en ik denk aan de mensen in de krukjesfabriek
waar het benauwd moet zijn geweest
Er werkt een blond meisje dat droomt van een toekomst
haar vriend zit nu nog zijn jaren uit
Je mag nooit schrijven over schrijven
maar poëzie moet alle wetten treden
Drie op vijfenveertigduizend, drie juristen
drie borrels op jou
© Hanz Mirck 18 april 2008
Naar huis