Boodschap uit nergens
Voor Tenzin Tsundue
Ik ben Nederlander maar
ik ben nooit in Nederland geweest.
Ik las boeken over mijn land,
die ik telkens moet herlezen
om telkens opnieuw
dit land tot bestaan te wekken
dat slechts bestaat in mijn verbeelding.
Nederland, mythisch vaderland
dat veel sympathie oproept,
maar waarvan niemand gelooft
dat het over vijftig jaar nog bestaat.
Als gelovige moet ik mededogen hebben
met de onverstaanbare soldaten
die het paleis op de Dam kapot maakten,
die het oude centrum van Utrecht platgooiden
en vervingen door rijen flats,
voor de hordes vreemdelingen
die elk huis in het dorp van mijn ouders
omsingelden met een IJslandse wijk.
De eerstgeborenen in gevangenschap
worden al oude mannen en vrouwen
die gaan huilen als ze een dropje krijgen
dat door een toerist is binnengesmokkeld,
de koningin is een oud vrouwtje
dat over de wereld zwerft. Hoe lang nog.
De kinderen spreken alleen nog IJslands.
Pö gyalo! Pö rangzen!
Wat kan ik doen?
Ik kan de oude liedjes zingen
over het kleine café aan de haven,
en nagemaakte klompen dragen op zondag,
als niemand het ziet,
ik kan rondtrekken met een rugzak vol boeken
en schreeuwen
als de koning van IJsland op bezoek komt
in België, het land van mijn ballingschap.
Ik kan een tekst op internet zetten.
Ik kan gedichten schrijven.
Ik weet niet
of ik ooit zal weten
of iets wat ik heb gedaan
effect zal hebben gehad.
Ik kan zeggen: heb vertrouwen. Heb vertrouwen. Heb vertrouwen.
Naar huis